2014

Lieveheersvogel – James McBRIDE

De jonge Henry Shackleford, zoon van een zwarte slaaf in Amerika in de jaren vlak voor de Amerikaanse burgeroorlog, komt ongewild terecht in het leger van John Brown. Dit is een leger dat met geweld de slavernij bestrijdt. Henry wordt door de mannen van Brown voor een meisje aangezien en voor zijn eigen veiligheid houdt hij deze illusie in stand. Het leger van Brown heeft opvallend veel succes maar een wel heel gewaagde actie dreigt toch hun einde te worden. Wat er aan deze actie vooraf ging en hoe het afliep lees je in dit verhaal, dat wordt verteld door Henry terwijl hij terugkijkt op zijn leven.

Doordat Henry voor een meisje wordt aangezien, blijft hij een beetje aan de zijlijn staan in het verhaal. Dat maakt hem een uitstekende toeschouwer. Hij vertelt dan ook tot in detail wat er gebeurde in het leger van John Brown. Dat is heel interessant omdat dit leger echt heeft bestaan. De daden van het leger hebben in zekere mate bijgedragen aan het ontstaan van de Amerikaanse Burgeroorlog. En die heeft uiteindelijk inderdaad geleid tot afschaffing van de slavernij.

Het feit dat Henry zich voordoet als een meisje, gaat voor hem zelf later symbool staan voor het dubbelleven dat slaven gedwongen moesten leiden. Ze moesten zich tegenover hun meesters altijd anders voordoen dan ze waren. Later komt dit thema nogmaals terug in het boek. Het is een thema om over na te denken.

Hoewel het onderwerp van het verhaal serieus is, wordt het met de nodige humor verteld. John Brown was een succesvol leider, maar ook extreem religieus en mogelijk niet helemaal psychisch gezond. Dit wordt door het verhaal van Henry op een respectvolle manier duidelijk gemaakt, maar het leidt wel tot absurde situaties. De wrange humor maakt het verhaal wel aangrijpender en echter.

Aan de schrijfstijl moet je mogelijk even wennen. Het taalgebruik is zo veel mogelijk aangepast aan de tijd waarin het boek speelt. De zinnen zijn dan ook vaak wat hoogdravender dan de zinnen die je normaal in een boek leest. En dan niet alleen die van John Brown, maar soms ook die van Henry zelf. En Henry doorspekt zijn zinnen dan ook weer met woorden uit een soort dialect. Dit past bij het boek en verhoogt de sfeer, maar leest in het begin wel wat lastig.

Ik vind dit een boeiend verhaal over een belangrijke periode in de geschiedenis. De hoofdpersoon is goed gevonden, omdat hij vanwege zijn positie erg geschikt is als verteller. Wat er in het echt precies gebeurde in het leger van Brown weet waarschijnlijk niemand, maar ik vind dit wel een geloofwaardige interpretatie van het verhaal. Het is (met name in Amerika zelf) een gevoelig onderwerp, maar ik vind dat het goed is aangepakt en dat het een fijn boek is om te lezen.

9789401602716

Auteur: James McBRIDE
ISBN: 9789401602716
Publicatiedatum: 25 oktober 2014
Uitgever: Xander Uitgevers

Bianca Brummelhuis

Sara – Philip LE BON

Benissa is een bloedmooie zwarte en koelbloedige huurmoordenares. Sir Gordon Harris is een toffe, aimabele, pientere, maar tegelijk ook keiharde zakenman. Zijn roodharige dochter, Sara, is minstens even mooi als Benissa én minstens even intelligent als haar vader. Ambrose Garside, haar vriend, is niet alleen de toekomstige schoonzoon van sir Gordon Harris, maar tevens zijn rechterhand.
Hun ‘familiebedrijf’, CytoSerum, is bezig aan de ontwikkeling van een nieuw medicijn dat de Heilige Graal onder de geneesmiddelen moet worden. Een zeker Duke, concurrent van CytoSerum, wil koste wat kost dit nieuwe geneesmiddelenpatent in zijn macht krijgen. En hij gaat hiervoor zeer ver. Hij geeft de opdracht om Sara te ontvoeren en Ambrose Garside te vermoorden. Kwestie van sir Gordon Harris op de knieën te krijgen en zijn bedrijf aan de Duke te verkopen, iets wat hij tot hiertoe steevast koppig geweigerd had. Er ontspint zich een wreed kat-en-muisspelletje. Maar dan duikt iemand uit Benissa’s pijnlijke verleden op … en kantelt alles.

Bij sommige boeken weet je vanaf bladzijde één dat je het moeilijk zult kunnen wegleggen. Sara is zulk een boek. Toen ik op de voorkant las dat het verhaal zicht afspeelt in het farmamilieu twijfelde ik even of dit wel iets voor mij zou zijn. Geef toe, farmacie én spanning, zijn dat niet wat elkaars tegenpolen? Maar niets is minder waar. Het boek heeft me aangenaam verrast en zit van begin tot eind vol spanning.

Wat opbouw betreft steekt dit boek ook heel goed in elkaar. Het verhaal houdt je bezig. Zo zijn er een aantal personages waarvan je maar tegen het einde van het verhaal weet wat hun rol nu juist is en wie ze zijn. Maar je bent hier wel doorheen het boek continu nieuwsgierig naar. Smullen gewoon…

Maar niet alleen het verhaal zit goed in elkaar. De research die Philip Le Bon heeft verricht om dit boek te kunnen schrijven is fenomenaal. Elk aspect is uitgewerkt, elke techniek gedetailleerd beschreven. Dit klinkt misschien wederom wat saai, maar is het verre van. De details staan ten dienste van het verhaal en zijn in mijn ogen hier een onmisbaar element in.

Zo wordt er op een bepaald ogenblik in het boek teruggekeken naar de burgeroorlog en genocide in Sierra Leone in de jaren ’90. Voor mij één van de pakkendste en meest emotionele passages in het boek. De feiten zijn wreed, de beschrijving in het boek ook, maar tillen het verhaal voor mij naar een nog hoger niveau. Niet alleen is het onontbeerlijk om één van de personages nog beter te leren kennen en zijn/haar drijfveren te begrijpen, de genocide is een zwarte vlek in de geschiedenis van de mensheid, en is het dus ook belangrijk dat het verleden niet vergeten wordt en dat er af en toe aan deze gruweldaden wordt herinnerd.

Het tweede boek in deze reeks is ook reeds verschenen en ligt hier inmiddels ook klaar om verslonden te worden. Een derde boek is in de maak. Laten we hopen niet het laatste.

De auteur heeft me persoonlijk verteld dat hij een liefhebber is van de boeken van John Grisham. Wel, als je het mij vraagt, vind ik dat dit boek zeker niet moet onderdoen voor een boek van de Amerikaanse auteur.

Philip Le Bon kun je vrij vertalen in ‘Philip de goede’. Wel, de auteur doet zijn naam alle eer aan…

Sara

Auteur: Philip LE BON
ISBN: 9789401422673
Publicatiedatum: 29 oktober 2014
Uitgever: Lannoo

Nick Mertens

Kom hier dat ik u kus – Griet oP dE BEECK

Dit verhaal gaat over Mona. We volgen haar als kind, op vierentwintigjarige leeftijd en op vijfendertigjarige leeftijd. Mona komt uit een familie waar nogal wat problemen mee zijn. Haar moeder, vader en stiefvader zijn op zijn zachtst gezegd niet de ideale opvoeders.
Gedurende het boek kom je erachter hoe de dingen die Mona al op jonge leeftijd meemaakt haar karakter vormen. Bepaalde gebeurtenissen blijven nog lang invloed hebben op de manier waarop Mona denkt en hoe ze met andere mensen omgaat. Het is de vraag of het haar zal lukken haar verleden en de negatieve invloed van haar familie in het heden van zich af te schudden en te worden wie ze eigenlijk wil zijn.

Het boek is geschreven vanuit het gezichtspunt van Mona. In het eerste deel is dat wat lastig, omdat ze daar nog een kind is. Maar toch weet Griet op de Beeck dan al duidelijk te maken wat er allemaal speelt in de omgeving van Mona. Zelfs vanuit het kinderlijke gezichtspunt van Mona weet ze al duidelijk de vinger op de zere plek te leggen.

Ook in de rest van het boek laat de schrijfster op een harde, eerlijke manier zien wat voor spelletjes er allemaal worden gespeeld in de omgeving van Mona en wat dat voor invloed op Mona heeft. Zodra iemand iets zegt, zelfs al is het iets aardigs, zie je als lezer onmiddellijk wat er achter die woorden ligt en wat de echte bedoeling van de spreker is. De personages worden als het ware gefileerd en hun ware bedoelingen komen bloot te liggen, ook al proberen ze die nog zo hard te verhullen. Vaak weten de personages zelf overigens niet eens waarom ze dingen doen, maar als lezer doorzie je dit wel meteen. Om dit effect teweeg te brengen, moet je als schrijver dingen op een heel speciale manier verwoorden en op de Beeck kan dit duidelijk erg goed.

De innerlijke strijd van Mona is ook heel duidelijk en invoelbaar. Van binnen wordt haar woede over hoe ze behandeld wordt steeds groter. Maar er zijn meerdere oorzaken waardoor ze deze gevoelens niet kan en vooral niet wil uiten. Ze reageert op een heel speciale manier, die gevoed wordt door haar vroege ervaringen. De strijd die Mona met zichzelf levert boeide me mateloos, ook al zou je als lezer Mona het liefst bij willen sturen.

Vooral het eerste en het derde deel van het boek vond ik erg sterk. Het tweede gedeelte vond ik iets minder boeiend. Het lijkt een soort aanloop naar het derde gedeelte of een intermezzo tussen deel 1 en 3. Ik weet niet of dit deel echt iets toevoegt aan het verhaal. Hoe Mona’s karakter ontwikkeld is sinds haar kinderjaren wordt ook pas echt duidelijk in deel 3.

In zijn geheel vond ik dit echter een heel erg goed boek. Ik heb vooral bewondering voor de schrijfstijl, waardoor je als het ware achter de gebeurtenissen kunt kijken. De personages vind ik ook goed gekozen. Ik raad iedereen aan dit boek zelf te ervaren.

9789044623109

Auteur: Griet op de Beeck
ISBN: 9789044623109
Publicatiedatum: 27 september 2014
Uitgever: Prometheus

Bianca Brummelhuis

Van binnen is alles stuk – Simon HAMMELBURG (2)

In dit boek gaat het hoofdpersonage na de onverwachte dood van zijn vrouw op reis naar alle plaatsen waar ze samen gelukkig zijn geweest. Het wordt voor hem zowel een echte reis naar bekende plaatsen als een innerlijke reis naar zijn verleden. Hij ontmoet zijn oude vrienden, lotgenoten die net als hijzelf uit gezinnen komen waar de ouders een Holocaustverleden hebben. Ook de generatie van het hoofdpersonage heeft nog geleden onder de oorlog. Hij beseft dat zijn ouders de Holocaust hebben overleefd maar “van binnen is alles stuk”.

Deze titel vat alles mooi samen. Het verleden is voor deze mensen nooit ver weg en ze zijn dan ook niet in staat om hun kinderen een gewone jeugd te geven.

Ik vond het een heel boeiend boek, maar ook moeilijk. Het begin kwam direct binnen omdat ik ongeveer hetzelfde heb meegemaakt, de meest dierbare persoon in je leven afgeven na een ongeval. Dat was natuurlijk heel confronterend.

Verder vond ik het soms moeilijk om te lezen omdat er zoveel personen in voorkomen, elk met hun eigen verhaal. Ik denk dat ik dit boek zeker nog eens een keer moet herlezen om alles te begrijpen. Ook de joodse begrippen maken het iets moeilijker om te lezen, al staat achteraan in het boek een verklarende woordenlijst.

Wat me in dit boek vooral heeft geraakt is het feit dat ik nu besef dat de mensen die de Holocaust overleefd hebben nooit meer hun gewone leven hebben teruggekregen, van binnen was alles stuk. Maar ook de generaties daarna hebben geen gewoon leven gehad.

Van Binnen cover #1.indd

Auteur: Simon HAMMELBURG
ISBN: 9789402600278
Publicatiedatum: 28 oktober 2014
Uitgever: Aerial Media Company B.V.

Annemie Janssen

De Barmhartigen – Koen vAN WICHELEN (2)

STEL JE VOOR: een nietsbetekenende veertiger met een knoert van een midlifecrisis en een dito drankprobleem schrijft een boek. En onverwachts wordt dat een bestseller. Dat is precies wat David Sores overkomt in De barmhartigen. De drieëndertig drukken leggen hem geen windeieren, maar zijn zorgen zijn niet voorbij. Integendeel, hij krijgt er alleen maar bij. Zijn boek heeft bij bepaalde mensen een snaar geraakt die hij liever ongemoeid had gelaten. Elke lezer met een beetje zin voor verhaal zit natuurlijk met dezelfde huizenhoge vraag: wat staat er precies in die bestseller?

De barmhartigen brengt je naar 2 verschillende verhalen. Eerst het verhaal van David die een roman schrijft en waarin het ganse proces aan bod komt, alsook de marketing en de strubbelingen daarrond. Het 2e verhaal is de roman van David zelf en zoals de titel doet vermoeden gaat deze over de relatie die David met zijn vader had, die ook wel wat overschaduwd wordt door zijn godsdienstige moeder. Het ene verhaal kan niet zonder het andere en doet je beiden begrijpen.

Dit is het eerste boek of het eerste wat dan ook dat ik van Koen Van Wichelen gelezen heb en ik was, eerlijk gezegd, wat afwachtend aan het boek begonnen. Niet wetende wat ik er kon van verwachten en ik vroeg me af of ik wel kon meeleven met een man in midlifecrisis en een drankprobleem. Maar de manier waarop het geschreven is, heeft me meegesleurd en dan vooral de humor waarmee het verteld is kon ik wel smaken. Humor die in beide verhalen goed aanwezig is, waardoor het vlot leest, je doet verder lezen en waardoor ook jouw barmhartigheid wordt aangesproken om begrip en medelijden te hebben met David’s destructief gedrag.

Dit maakt het dan ook een boek dat zeker aan te raden is, ook al ben je zelf geen man en weet je niets af van een midlifecrisis.

9789022329948

Auteur: Koen vAN WICHELEN
ISBN: 9789022329948
Publicatiedatum: 26 november 2014
Uitgever: Uitgeverij Manteau

Bianca Dardenne

Volmaakt monster – Tom THYS

Ergens tijdens het lezen van dit boek, bedacht ik me dat dit boek “Volmaakt schoonheid” zou moeten heten ipv “Volmaakt monster“. Niet alleen omdat dit een supergoed boek is, want dat is het als je van een specifieke soort horror houdt, maar omdat schoonheid en monsterlijk twee subjectieve waarnemingen zijn die iets over de waarnemer zeggen en niets of weinig over degene die wordt geobserveerd. Zonder teveel van het titelverhaal te verklappen, vindt de protagonist van het titelverhaal, zichzelf helemaal niet monsterlijk, verre van. Ze heeft eindelijke vrede met wie ze is.

Deze tegenstelling komt vaker in dit boek terug. Het loopt niet noodzakelijk als een rode draad door het boek heen; daarvoor zijn de verhalen te gevarieerd. Maar het komt terug in verhalen als “Honger”, maar ook in “Club Bizarre”. Het overkoepelende thema is dan ook niet de inhoud van de verhalen, maar het soort horror dat hier ter tonele komt.

Dit is horror van het vreemde. Het ontastbare. Soms het absurde. Horror waar fantasie de vrije loop neemt. Zo lezen we een verhaal over een zombie die vecht met wat hij is geworden, tot het monsterlijke in hem het uiteindelijk wint. We lezen over een schip in de zestiende eeuw die letterlijk in Terra incognita (destijds een veel gebruikt woord op wereldkaarten die onbekende gebieden aanwees) verdwijnt. We lezen over de tunnels in Antwerpen die de vergankelijkheid van de stad weerspiegelen. En zo zou ik nog een aantal andere voorbeelden kunnen noemen. Dit zijn negentien verhalen. Niet allemaal noodzakelijk plot gedreven. Niet allemaal met een einde dat op je afkomt (soms zie je het einde aankomen). Het is niet noodzakelijk horror van de twists en de turns; maar horror van het onbegaanbare, met hier en daar een zweem van humor dat tevens in  prachtige proza wordt vertaald:

Zinnen zoals (en let op de beeldspraak, als de protagonist in de ondergronds tunnels van Antwerpen rondloopt en om zich heen kijkt):

De reusachtige keelgaten ademden de geur uit van verschaalde urine.

Of:

Hun voetstappen weerklonken wat verderop in de tunnel en stierven geleidelijk aan weg, om uiteindelijk te versmelten met het gedruppel van de stalactieten.

Of misschien mijn favoriete:

Was zijn laatste droom de droom teveel?

Deze laatste zin zegt misschien heel veel over de stijl en stroming waarin Tom Thys zich bevindt. Want zijn verhalen voelen dromerig. Hier loopt fantasie, gruwelijkheid en absurdisme door elkaar.

Dat er daardoor soms inhoudelijke tegenstrijdigheden optreden, kijk je overheen. In het verhaal Terra Incognita, dat in zestiende eeuw afspeelt, wordt over “dimensies” gesproken (pag. 147) in een tijd dat dit woord geen betekenis had. In het verhaal “Club Bizarre” dat over (BD)SM gaat, stelt de hoofdpersonage in dezelfde alinea, dat hij zijn seksualiteit accepteert, dat hij niet de enige sm-liefhebber is (en E.L. James heeft dit wel bewezen), maar noemt zijn handelingen tegelijkertijd “afwijkend” (pag. 255). Dat deze zelfde hoofdpersonage onder het liedje “I wanna be your Dog” van The Stooges naar Club Bizarre rijdt, is uiteraard weer vermakelijk en een geweldige referentie. De vraag die echter naar boven komt, vooral met betrekking tot het “afwijkende”, wat is de stem van de personage en wat is de stem van de auteur? Maar later hierover meer. Dit zijn allemaal slechts kanttekeningen, want je wordt in sommige verhalen meegezogen. Niet alleen door de verhalen zelf, maar ook de proza waar het op deint.

En dat deed me weer aan het titelverhaal denken en hoe monsterlijke schoonheid nog steeds schoonheid kan zijn.

Om de overkoepelende thema en de ketens die de verhalen aan elkaar verbindt, te begrijpen dienen we in het genre te duiken. Want er drong me tijdens het lezen van de verhalen iets tot me door. Iets wat ik ooit in een voorwoord, een blog of interview heb opgemerkt, namelijk dat “horror” en “griezel” als genre slechts een verzamelnaam is. Je kunt er bijna alles onder verstaan; er zijn verschillende stromingen. Van Slashers (zoals vertaald in films als Saw, Hostel etc.), die nauwelijks diepgang hebben maar vooral gericht zijn op schrikmomenten en het bloederige, tot aan de psychologische horror van Poe, maar ook in de eerste werken van Kafka (denk bijvoorbeeld aan zijn prachtige verhaal “In de strafkolonie”), waar de psyché van de personage centraal staan en waar een persoonlijke of maatschappelijke toedekking wordt ontbloot. (Als je films zou willen gebruiken om deze stroming uit te beelden denk dan aan The Exorcist, Angel Heart of The Exorcisme of Emliy Rose. The Exorcist omdat dit verhaal de ultieme inbraak van de individualiteit aantoont, wat eng is in de Westerse wereld, en Emily Rose omdat deze film meer over de scheidslijn tussen geloof en wetenschap gaat.)

En tussen deze twee uiteinden is er nog een derde variant die vele horror schrijvers geïnspireerd hebben. Ik denk dat de voorvader van deze stroming Lovecraft was. (Opnieuw denkend aan films als referentie zou je kunnen denken aan Re-animator.) Een schrijver (Lovecraft) die ook wel eens de voorvader van de “pulp” wordt genoemd. In mijn inzien een verkeerde benaming, want het lijkt dan alsof er geen diepgang in de verhalen zou bestaan, wat absoluut geen recht doet aan de verhalen die Lovecraft heeft geschreven. Bij hem ging het niet noodzakelijk om de psyché van de personage, niet zo obsessief zoals dat bij Poe het geval was. (Poe had in die zin, en je mag het bijna binnen dit genre niet benoemen, literaire aspiraties.) Bij Lovecraft ging het om een voorwerp of een monster; iets waardoor het gewoonlijke plotseling ongewoon aanvoelde.  Of zoals hij zelf in zijn boek Weird Tales aangaf: hij was geïnteresseerd dat menselijke regels en normen geen validiteit hebben in de grotere cosmos en dat hij de lezer met henzelf probeerde te confronteren vaak d.m.v. het occulte, het vreemde en het absurde; waardoor alles op zijn kop begon te staan. Of op een groter en abstracter niveau: hij probeerde ons te vertellen en ons te laten zien dat onze perceptie van de wereld en universum, slechts één perceptie van velen was. En dit was één van de redenen waarom hij veel gebruik maakte van dimensies en het occulte in zijn verhalen. Wat Tom Thys trouwens ook doet. Denk hier straks aan als je in de bundel Volmaakt Monster een verhaal leest waar de wereld plotseling alle kleur verliest. (Een geniale ingeving overigens van Tom Thys.)

Wat ik probeer te zeggen is dat de psyché en personage bij Lovecraft secundair waren aan het absurde, het vreemde en dit vreemde kon van alles zijn. Een object. Een voorwerp. Een afzichtelijk monster. Het ging Lovecraft er niet om, om iets van onszelf bloot te leggen of een maatschappelijk kritisch stuk te schrijven, maar meer de nietigheid weer te geven van wat we zijn.

Deze stroming binnen het genre heeft een golf van schrijvers teweeg gebracht, zowel bekend als onbekend, die allen door Lovecraft zijn geïnspireerd: de vroege werken van Robert McCammon bijvoorbeeld of Robert Campbell, Dennis Wheatly, James Herbert, Neil Gaiman zijn allen op hun manier door Lovecraft geraakt. Maar ook bekendere schrijvers, zoals King en Barker hebben een zweem van Lovecraft in hun verhalen verwerkt – hoewel ik denk dat King, als het gaat om personage ontwikkeling, zich meer onder Poe zou scharen. King heeft namelijk het talent om de meest afgrijselijke personages een stem te geven. Ook een reden waarom hij in zijn verhalen, zelfs zijn korte, zoveel tijd aan backstories/ achtergrondverhalen spendeert die als doel hebben de personage menselijker te maken. Lovecraft deed dit in mindere mate; hij was meer onderwerp i.p.v. personage gericht.

Maakt dit slechte horror? Nee. Is het pulp? Ook niet. Het is gewoonweg anders. Het is horror met een ander doel.

Uit het lijstje van Wheatly en Gaiman kunnen we nu dus een naam toevoegen: Tom Thys.

Dit drong steeds meer tot me door bij het lezen van het boek Volmaakt Monster: dit zijn Lovecraftiaanse verhalen waarbij het absurde, het onverwachte, en niet noodzakelijk de personage, centraal staan. En Thys doet dit goed. Hij neemt je mee naar onbekende gebieden waar niets is wat het lijkt; van een landhuis, naar ondergrondse tunnels en ver gelegen dorpen, waar het ongewone loerend op je wacht. Of naar een glijbaan die een beetje aan mijn glijbaan deed denken in mijn boek Zwarte muren, behalve dan dat mijn verhaal over een ontwrichte relatie en verlatingsangst ging, en de glijbaan van Tom Thys een stuk schrikwekkender is. Ik zou het zelfs, en ik zeg dit fluisterend, beter willen noemen.

Ik zal mijn stelling nog scherper stellen, en dit is stellig en een groot compliment: Tom Thys is misschien wel de Lovecraft in het Nederlandse taalgebied.

Maar toch, als ik het vanuit een medeschrijver standpunt bekijk en dan ligt er in mijn optiek een breekpunt in de personage ontwikkeling van de verhalen. Niet noodzakelijk dat Tom Thys geen tijd aan personages spendeert, dat doet hij wel, zij het summier, maar meer dat hij de gevolgtrekking van de personages niet volledig in de verhalen meeneemt. Zoals in het bovenstaande verhaal “Club Bizarre” (die overigens één van mijn favoriete verhalen is, omdat het me aan de vroege werken van Clive Barker deed denken) die dus over BDSM gaat, maar dan een gruwelijke vorm van BDSM. Het woord “afwijkend” en “pervers” spelen een belangrijke rol. Als het verhaal namelijk vanuit de perceptie van de personage is geschreven die zijn seksualiteit omhelst en accepteert zou hij het noch afwijkend of pervers noemen, voor hem is het dan de normaalste zaak; een verlenging van zichzelf. De vraag rijst: wiens stem horen we hier? Van de personage of de auteur? En dit bedoel ik met gevolgtrekking van de personages; het hoort hun beleveniswereld te zijn en hierdoor, door deze discrepanties, raakt de narratief verstoord. In dit verhaal is daar nog makkelijk over heen te stappen, omdat het zo goed geschreven is, het wordt echter prangender in verhalen als “Canavans laatste uitvinding” of “Het huis Knottnerus”.

In het eerste verhaal omdat het over een hulpverlener gaat die hulp aan een oude man biedt, maar als je het verhaal begint te lezen, en de personage begint te doorgronden, vraag je je op een gegeven moment af waarom de hoofdpersonage voor deze baan heeft gekozen. Hij schijnt het niet erg met de oude man van doen te hebben en schijnt ook niet hulp gericht te zijn. Dit kan, als het maar in het verhaal duidelijk wordt waarom. En dat laatste, omdat het verhaal meer onderwerp dan persoon gericht is, blijft de lezer in het ongewisse en mist het verhaal de diepgang die het met een extra alinea hier en daar verdient. De oude man had hem bijvoorbeeld aan zijn vader kunnen doen denken; wat het verhaal onmiddellijk een nieuwe laag had gegeven.

In het verhaal “Het huis Knottnerus” (geen Nederlandse achternaam overigens, maar ik voel hier een steek van Vlaamse humor naar Nederland), krijgen we te maken met godsdienstwaanzin. Op zodanige manier dat ik eerst dacht dat het verhaal drie eeuwen geleden afspeelde en ik het al vreemd vond dat er over “Nederland” werd gesproken en niet “De Republiek der Nederlanden” of “Der Zeven Provinciën”.  Totdat de hoofdpersonage plotseling benzine tevoorschijn haalt. Hoewel je door het verhaal wordt meegenomen, blijft op een gegeven moment de vraag komen: wat heeft deze man zo gemaakt? Dit is de Twintigste Eeuw en deze persoon houdt er wel – zelfs voor het katholicisme – zeer ouderwetse religieuze ideeën op na. Er is conservatief en conservatief, maar deze personage schijnt een tijd reis te hebben genomen terug naar de inquisitie. En juist door hier geen achtergrondverhaal aan te geven, de motieven van de personage te verduidelijken, zorgt er dus voor dat je nooit geheel in de hoofd van de personage kruipt. Het verhaal wordt niet zijn stem. Het blijft een aaneenschakeling van observaties en handelingen, hoewel het einde dan weer veel goed maakt.

Is dit erg: “ja” en “nee”. Ja, omdat het begrijpen van personages, vooral als deze buiten de marges vallen, van noodzakelijk belang is. Nee, omdat het precies past in de stroming waar Tom Thys in schrijft. Je wordt, door het onderwerp centraal te stellen, geconfronteerd met je eigen concepties en als dit het doel was, dan is Tom Thys op een Lovercraftiaanse manier met vlag en vaandel geslaagd.

Nu ben ik altijd voorzichtig met het geven van recensies van collegae. Omdat ik vind dat je a) de verplichting hebt om alles goed te onderbouwen, maar ook b) alles in de juiste context dient te plaatsen. Een recensent, zo schijnt de tendens soms te zijn, moet “fouten vinden”. Hoewel dit in mijn optiek niet zo hoeft te zijn. Soms kan een recensie ook informatief zijn i.p.v. kritisch. Of reflectief. Recensies en kritiek hoeven geen synoniemen van elkaar te zijn. En het is precies hier waar een recensie eindigt en een opinie stuk begint.

Zeg ik hierbij dat iedere kritische noten daarbij overbodig zijn? Nee. Ik stel alleen vast dat ook recensies begrensd zijn. Dat ze bijvoorbeeld niet de grenzen kunnen weergeven wat bij jou je hartslag doet kloppen en mij misschien niet raakt; vooral bij verhalenbundels. En hierachter ligt misschien wel een grotere observatie die naar de kern van iets groters en anders gaat; vooral in een samenleving waar het geven van kritiek, of het nu facebook, twitter of een onder een krantenartikel is, vaak ongecensureerd en niet gemotiveerd de boventoon voert. Namelijk dat we soms in de illusie leven dat een stem onder miljoenen er werkelijk iets toe doet.

En ik ken de argumenten, vooral nu, nu dit genre probeert open te breken en meer bekendheid probeert te krijgen en er alles aan doet om een gelijkwaardige stroming in de Vlaamse- en Nederlandse literatuur te worden. Een doelstelling die ik overigens ten harte onderstreep. Het is het aloude en algemene argument dat kritiek het genre doet verbeteren, het genre doet groeien, maar dit kan in mijn optiek alleen als recensies ook daadwerkelijk onderbouwde recensies zijn of in de context van het genre en de stromingen daarin worden geplaatst. Als dit niet zo is, kan een recensie namelijk ook een ander doel dienen. Soms zelfs een politiek doel. (En dan bedoel ik de politiek tussen schrijvers.) Die lijnrecht tegen het groeien van een genre ingaan. Dan neigt een recensie naar formulematig denken, het routerneren van conventies, het geloven dat a, b en c de enige juiste manieren zijn van schrijven. En op dat moment doet een recensie precies hetgeen wat het niet beoogt te doen; kunst van zuurstof ontnemen, nieuwe paden blokkeren, waardoor het genre zichzelf niet overstijgt.

De mening van één, wordt plotseling de mening van velen en deze wordt plotseling heilig verklaard.

En dat wil ik hier niet doen. Tom Thys heeft een specifieke benadering, schrijft in een andere stroming, een andere stijl, die opzettelijk met conventies en onze denkbeelden speelt. Hij beschikt over een fantastische en tevens gruwelijke verbeelding, waardoor de beperkingen die ik zie er feitelijk niet toe doen. Hij is minder personage gedreven en ik zou bijna willen zeggen so what? Dat maakt een genre juist levendig; dat er geen één pad, maar meerdere paden bestaan.

Ontkracht ik hierbij mijn eigen kritiek? Misschien. Maar misschien is dat ook nodig.

Deze bundel, zoals iedere andere bundel, heeft zijn krachtpunten en zijn tekortkomingen, en bundels zijn misschien het moeilijkst te recenseren (en misschien ook wel het moeilijkst te schrijven), omdat het geen één spanningsboog betreft, maar negentien spanningsbogen. Niet één personage, maar negentien personages. Niet één plot, maar negentien plots en het is onmogelijk dat alles je zal bekoren. Toch was ik geraakt door dit boek. Vooral de verhalen “Tunnel des doods”, “Droomloos” en “Club Bizarre” raakte me op een vreemde manier. Op een zodanige manier zelfs, dat ik bijna het gevoel had, dat als ik mijn ogen sloot, de geschreven woorden echt werden.

Tom Thys is een schrijver die zijn vak verstaat, die een specifieke stroming tot in de puntjes beheerst, een schrijver waarvan de schrijfsels het tot een type vorm van horror behoren die velen zullen aanspreken en bekoren. Het is niet altijd mijn soort horror. Maar ik leef dan ook niet in de illusie dat mijn soort horror heilig is of dat mijn stem onder miljoenen wordt verstaan.

Dus subjectief gezien, ja, ik had misschien hier en daar wat meer achtergrond (backstory) gewild. Ja, misschien had ik soms wat meer diepe in plaats van vlakke personages gehad en ja, soms, heel soms, hadden de motieven en thema’s in mijn gevoel wat dieper uitgewerkt kunnen worden. Maar dit zijn slechts kanttekeningen en subjectieve waarnemingen, waarbij ik iets ga onderbouwen wat niet bij deze stroming past.

Aan het einde van de rit, na alle “maar’s” en “komma’s”, blijft het gewoonweg een goed boek. Een eng boek. Een boek die je naar tunnels, zwarte stenen, mutanten, ouderschap en verval meeneemt. Een boek dat als je van horror houdt simpelweg gelezen dient te hebben en in je boekenkast dient te staan. Een boek die iedere fan van Lovecraft of Gaiman zou toejuichen.

Waarom? Omdat volmaakte schoonheid simpelweg niet bestaat. Omdat we de waarneming van de observant en de geobserveerde van elkaar dienen te scheiden. Maar vooral omdat het volmaakt monsterlijke misschien in de kern volmaakte schoonheid is.

9789490767808

Auteur: Tom THYS
ISBN: 9789490767808
Publicatiedatum: 25 oktober 2014
Uitgever: Zilverspoor

Anthonie Holslag

Sprakeloos – Herma dE BEER

Emma is bijna vijftig als ze huilbuien krijgt en hulp zoekt bij een psycholoog. De diagnose die volgt verrast haar. In Sprakeloos schetst Herma de Beer het leven van een vrouw met autisme. Het is een ontroerend verhaal, met humor verteld, over verwarring, angst en boosheid. Terugkijkend begint Emma te begrijpen hoezeer haar leven bepaald is door haar autisme. Het gevoel er niet helemaal bij te horen was er altijd en zal niet meer verdwijnen. Moet ze het haar omgeving vertellen?

Zo wordt het boek op de cover kort samengevat, maar dit boek is zoveel meer dan enkel een boek over autisme.

Emma haar verhaal in Sprakeloos begint zoals het verhaal van vele vrouwen begint als ze hun vleugels beginnen open te slaan, het leren kennen en ontmoeten van hun toekomstige man. Ze volgt de regels die door de maatschappij opgelegd zijn. Ze volgt alle regeltjes stap voor stap, want regeltjes zijn nodig, zij heeft regeltjes nodig, anders raakt ze helemaal van slag. Naargelang ze meer en meer in de maatschappij probeert te functioneren, raakt ze meer en meer van slag. Ze buigt en wringt zichzelf in hoe ze denkt dat ze moet zijn, maar dit neemt haar energie weg, maakt haar prikkelbaar, maar ze ondergaat.

Het lijkt alsof anderen hier geen last van hebben en haar gevoel van een andere planeet te komen groeit tot ze niet meer kan, de ene na de andere huilbui opkomt en ze hulp en antwoorden gaat zoeken. Ze krijgt de diagnose ASS (Autisme Spectrum Stoornis). Puzzelstukjes vallen in elkaar, maar wat nu? Hoe nu verder? Moet ze het iedereen gaan vertellen? Hoe vertel je dit aan iemand?

De titel doet het boek alle eer aan, want na het lezen ben ik Sprakeloos en ook tijdens het lezen ben ik het meerdere keren geweest. Het brengt je in het hoofd van iemand met autisme, maar op zo een luchtige en vlotte manier dat het leuk lezen is en zelfs te herlezen. Een duidelijke must read en niet alleen voor mensen met autisme of ermee te maken hebben, maar ook voor mensen met HSP en eigenlijk voor elke volwassene die zich anders voelt, op zoek is naar zichzelf, het gevoel heeft van de maatschappij te moeten ondergaan en ondertussen probeert recht te blijven staan.

En om af te sluiten even een prachtzin uit het boek waar velen zich in zullen herkennen: “Ik ben anders, maar wil het er niet over hebben. Ik ben anders en wil me ook anders kunnen gedragen. Ik wil niet opvallen, maar wil wel anders mogen zijn.”

9789078905783

Auteur: Herma dE BEER
ISBN: 9789078905783
Publicatiedatum: 28 augustus 2014
Uitgever: Uitgeverij De Brouwerij

Bianca Dardenne