Non-Fictie: Mens & Maatschappij

Over God – Etienne VERMEERSCH

In Over God toont Etienne Vermeersch met een onontkoombare overtuigingskracht aan dat we het bestaan van de god van het christendom niet alleen om principiële redenen, maar ook op grond van ‘zijn’ Openbaring zowel op rationele als op ethische gronden niet kunnen aannemen.

Van God los
Laat nu toch die God los
Er is niemand in de kosmos
’t Is zonde van de tijd.

Net zoals Stijn Meuris is ook Etienne Vermeersch er al geruime tijd zeker van dat de god van het christendom niet bestaat, en hij heeft daar beslissende argumenten voor. Argumenten die hij uitvoerig in het boek bespreekt, maar wel steeds met het nodige respect naar gelovigen toe. En dit onderscheidt Over God van andere boeken zoals die van bijvoorbeeld Richard Dawkins, Sam Harris, Daniel Dennett en Christopher Hitchens. Deze vier ‘Nieuwe Atheïsten’ zijn minder respectvol, soms zelf respectloos, en beschouwen godsdienst als een vergissing en gevaar voor de mensheid. Vermeersch zijn argumentatie daarentegen is zeker niet vijandig bedoeld en is eerder een uitnodiging tot reflectie. Dit is mede te wijten aan het feit dat Vlaanderens grootste intellectueel vroeger zelf diepgelovig is geweest en door studie en rationeel denken tot het besluit is gekomen dat God niet bestaat. De constatering hiervan was geen makkelijke periode in zijn leven – hij spreekt zelf over een gevoel van verraad – en hij beseft dus als geen ander hoe moeilijk het voor diepgelovige mensen kan zijn om afstand van hun geloof te doen, zelfs aan de hand van overtuigende argumenten. Of zoals hij zelf stelt: tussen rationeel inzicht en persoonlijke emotionele aanvaarding kan een kloof bestaan die soms moeilijk te dichten is. Dit omdat de confrontatie met argumenten tegen het godsbestaan een intense psychische pijn kan veroorzaken, wat de Amerikaanse sociaal psycholoog Leon Festinger de ‘cognitieve dissonantie’ noemde.

Het feit dat de christelijke god niet bestaat wordt door Etienne Vermeersch dus benaderd door rationele argumenten, simpelweg omdat er geen wetenschappelijk bewijs kan aangevoerd worden.

Alle argumenten worden door Vermeersch grondig onderbouwd door middel van onder andere voorbeelden. Ik ga ze hier uiteraard niet allemaal bespreken, daarvoor moet u het boek zelf maar kopen én vooral lezen, maar laat ik er één argument uitpikken.

Zo kan de christelijke God niet bestaan simpelweg omdat hij wordt beschouwd als almachtig en oneindig wijs en goed. Toch komt er in de wereld veel lijden en kwaad voor, denken we bijvoorbeeld aan een onschuldig kind dat met een ongeneeslijke ziekte wordt geboren en na enkele jaren sterft (zie ook “Dit is het ware gezicht van kanker“). Ouders hebben een ondraaglijk gevoel van verlies en het kind zelf heeft zinloos geleden.

Het lijden en kwaad in de wereld kan perfect vanuit een naturalistische visie op de wereld worden verklaard, er een ‘goede en wijze’ God bijhalen maakt dit enkel maar absurd.

Trouwens, ook in de Bijbel zelf kan je argumenten genoeg terugvinden die tegen het bestaan van de christelijke god pleiten, zoals bijvoorbeeld het goedkeuren van het vermoorden van zuigelingen en de slavernij.

Gezien het groeiend aantal moslims in Europa is het voor Vermeersch ook belangrijk om het even over Allah en zijn niet-bestaan te hebben. Hij weet dat hij hiermee moslims kwetst en hevige dissonantie veroorzaakt, heeft hier ook begrip voor, maar de waarheid heeft zijn rechten, ongeacht het geloof en/of bevolkingsgroep.

Kortom, alles wat positief is in de wereld en in de Bijbel kunnen we op een wetenschappelijke, ‘naturalistische’ wijze verklaren zonder een beroep te doen op een god. Alles wat negatief is, wordt, als we in de leiding en inspiratie van een goede, wijze en almachtige god geloven, volkomen onbegrijpelijk en absurd.

Het boek is vlot geschreven, zeer toegankelijk, niet te dik en zet aan tot reflectie over het geloof en het christendom. Wanneer je dan als nabeschouwing alles netjes op een rij zet kan je maar tot één conclusie komen, net zoals de 19de eeuwse Franse schrijver Stendhal het ooit gesteld heeft: ‘God heeft maar één excuus, namelijk dat hij niet bestaat.

Auteur: Etienne VERMEERSCH
ISBN: 9789460014703
Publicatiedatum: 5 september 2016
Uitgever: Uitgeverij Vrijdag

 

Nick Mertens
Advertenties

In naam van de Führer – Lydia CHAGOLL

‘Ik las een brief van een massamoordenaar aan zijn familie in Duitsland’, schrijft Simon Wiesenthal in het voorwoord van dit boek. ‘Op een vliegveld in Oekraïne was een reuzenbomkrater en er was niet genoeg aarde om de krater te vullen. Technici berekenden dat er 1500 Joden nodig waren om als opvulmateriaal te dienen. Daarop werden mannen, vrouwen en kinderen samengedreven, neergeschoten en in de bomkrater geworpen. Dit beschrijft deze misdadiger in een nuchter bericht, en in dezelfde brief vraagt hij ook hoe het gaat met zijn baby.’

In naam van de Führer bevat enkel teksten komende van aanhalingen uit nazipublicaties, wetten, voorschriften, richtlijnen, besluiten, oorlogsdagboeken, mededelingen, berichten, schoolboeken en politieke geschriften. Het boekt zoekt een antwoord op de vraag: hoe is het mogelijk? Het boek voert je naar het hart van het beestachtige systeem dat men nazisme noemde.

Vooral de foto’s (en het zijn er veel) grijpen naar de keel. Men wil de gruwelen van het nazisme vooral door de ogen van de destijds leven kinderen vertellen en dat levert soms aangrijpende taferelen op. Enerzijds zie je Duitse kinderen een erehaag voor de Führer vormen terwijl ze de Hitlergroet brengen en anderzijds stuit je op de dode lichamen van Joodse kinderen, sommigen gefusilleerd, anderen doodgefolterd of onthoofd.

Vele verhalen uit het boek blijven je bij, zoals bijvoorbeeld de twintig Joodse kinderen (allen tussen de 5-12 jaar), komende uit Auschwitz en experimenteel besmet met tuberculose. Ze werden naar een schuilkelder gebracht in de school Hamburg Bullenhuserdamm. De kinderen hadden zelfgeknutseld speelgoed bij zich. Ze waren blij, ze mochten eens op uitstap. Ze zijn alle twintig koudweg gedood door ophanging…

In naam van de Führer doet je nogmaals beseffen dat de gruwel van destijds niet vergeten mag worden. Zo vat ook de laatste foto van het boek de gruwel perfect samen: je kijkt in de ogen van een kind tijdens de aankomst van een Jodentransport in KZ Birkenau. Ze kijkt recht in de lens en ze lacht, haar knuffelpop in de hand. De Joden zullen opgedeeld worden in twee rijen. De selectie zoals dat noemde. De ene rij blijft (voorlopig) leven en zal moeten werken. De tweede rij wordt meteen doorgestuurd naar de vernietigingsinstallaties. Kleine kinderen worden zonder uitzondering vernietigd, zij zijn wegens hun prille leeftijd immers niet geschikt om te werken. Het lachende meisje op de foto weet dus nog niet wat haar te wachten staat, weet niet dat het de laatste foto’s zal zijn waar ze ooit op zal glimlachen, haar laatste foto überhaupt.

Ik heb nog steeds kippenvel…

EPOU_15_0590J_COVER in naam van de Fuhrer.indd

Auteur: Lydia CHAGOLL
ISBN: 9789462670563
Publicatiedatum: 8 september 2015
Uitgever: EPO

Nick Mertens

IS – Staat van terreur – Jessica STERN & J.M. BERGER

Nooit eerder in het recente verleden was de wereld getuige van zulke gruwelijkheden als die van de beweging die bekendstaat als IS – de Islamitische Staat. De combinatie van hun minachting voor menselijk leven, de slimme inzet van sociale media, en de kunst om buitenlandse volgelingen te ronselen is ongekend. Wie zijn deze sadistische strijders? Hoe weten zij zovelen geestdriftig te maken voor een gruwelijke strijd? Wat is hun strategie en hoe kunnen we die frustreren?

De regering-Obama heeft de rol van de Islamitische Staat in Irak en Syrië (ISIS), thans kortweg IS, te lang gerelativeerd. De via sociale media in de zomer van 2014 verspreide gruwelijke executies van de Amerikanen James Foley en Steven Sotloff – video’s met als titel ‘Boodschap aan Amerika’ – betekenden echter de ommekeer. En toen volgden de vragen. Wie waren deze mannen? Waar kwamen ze vandaan? Wat was er aan te doen? Enzovoort. Al deze vragen waren de aanleiding tot het schrijven van het boek IS. Staat van terreur. Het boek is een poging ISIS binnen de wereldwijde jihadbeweging te plaatsen en aan te geven wat de positie van deze groepering juist is binnen het extremisme, om zo de werkelijke implicaties hiervan beter in te kunnen schatten. Het waagt zich in troebele, onverkende wateren op zoek naar antwoorden.

De oorsprong van IS ligt bij Abu Musab al Zarqawi, een Jordaanse misdadiger die dankzij de invasie van de Verenigde Staten in Irak de kans kreeg carrière te maken als terrorist. Extreme gewelddadigheid werd zijn handelsmerk. Zelfs Osama Bin Laden en later zijn opvolger Ayman al Zawahiri probeerden Zarqawi zijn bloedige praktijken te beteugelen. Zarqawi was inmiddels de leider van de Iraakse tak van Al Qaida geworden, maar vaarde meer en meer zijn eigen koers.
In juni 2006 werd Zarqawi gedood bij een Amerikaans luchtbombardement. Gehoopt werd dat door zijn dood de organisatie van Al Qaida in Irak in elkaar zou storten. Niets was echter minder waar. Zarqawi werd een martelaar voor de jihadistische rebellen. De oprichting van de Islamitische Staat in Irak (ISI) werd aangekondigd met Omar al Baghdadi als leider en het uiteindelijke doel was om deze organisatie uit te bouwen tot een kalifaat.
Omar al Baghdadi kwam net als zijn voorganger om het leven bij een luchtaanval. ISI was zijn leiding kwijt en leek in eerste instantie verzwakt. In mei 2010 aanvaardde echter een zekere Abu Bakr al Baghdadi het leiderschap van de Islamitische Staat in Irak. De nieuwe leider bleek een fenomenaal strategisch inzicht te hebben. Onder zijn leiding voerde ISI het geweld in 2010 en 2011 gestaag op én kondigde Baghdadi aan hun territorium uit te breiden tot in Syrië, dit sterk tegen de zin van Al Qaida. Maar voortaan zou ISI bekendstaan als de Islamitische Staat in Irak en Syrië (ISIS). Uit een sterk verzwakte organisatie was een nieuwe en sterke jihadistische groepering ontstaan die streefde naar een grensoverschrijdende, verenigde islamitische staat. In het voorjaar van 2014 brak Al Qaida openlijk met ISIS. Hierdoor is de wereldwijde jijadbeweging opgesplitst in twee grote facties. Al Qaida en zijn dochterorganisaties onder leiderschap van Ayman al Zawahiri en IS onder leiding van Abu Bakr al Baghdadi.

Gaandeweg werd ISIS de rijkste terreurgroep ter wereld, met reserves van honderden miljoenen dollars. Volgens sommigen genereert ISIS één tot drie miljoen dollar per dag!

Op 29 juni 2014 werd door ISIS het kalifaat uitgeroepen. Abu Bakr al Baghdadi werd de nieuwe ‘kalief Ibrahim’. Het kalifaat heette simpelweg IS en niet meer ISIS, om zo aanspraak te kunnen maken op een wereldomspannend rijk en verder te kunnen kijken dan enkel Irak en Syrië. Om deze expansie van de hele wereld te kunnen bewerkstelligen was en is het belangrijk dat IS zoveel mogelijk bondgenoten en strijders kan rekruteren. En dit doet IS met behulp van een methode die geen enkele andere extremistische groepering voorheen heeft gebruikt, namelijk met een uitgekiende mediastrategie. IS heeft zich een podium weten toe te eigenen dat geen enkele andere terreurgroep tot dan toe had weten te veroveren: de sociale media. En de bestorming van deze sociale media gebeurt op een manier die even agressief is als IS haar militaire tactieken. En de cyberjihad lijkt aan te slaan, ook bij buitenlanders. Het exact aantal buitenlandse strijders die meevechten voor IS is onmogelijk te bepalen gezien het gevaar dat IS vormt voor journalisten en inlichtingendiensten, maar een aantal bronnen hebben het over 17.000-19.000 strijders, waarvan ongeveer 32% afkomstig is uit Europa (met inbegrip van Turkije). Een onevenredig hoog aantal van deze westerse rekruten zijn bekeerlingen.
Om zich van een langdurige loyaliteit te verzekeren wordt er ook veel aandacht besteed aan de indoctrinatie van kinderen. Geweld wordt voor hen zo een levenswijze, een moedjahedien worden de ultieme betrachting.

Eén ding staat vast: IS is populairder onder jihadisten dan Al Qaida ooit is geweest. En dat is omdat IS staat voor een allesomvattende samenleving. Niet alleen de strijd is belangrijk, maar ook de dienstverlening aan de bevolking van het kalifaat. In alle gebieden die IS onder controle heeft gekregen, kregen de politiewagens, ambulances en het ambtenarenapparaat het embleem van IS, de zwarte vlag, ‘opgeplakt’. Consumentenbeschermingbureau’s, klachtenbureau’s en verzorgingstehuizen werden opgericht. Aan artsen, ingenieurs en wetenschappers werd gevraagd te emigreren naar het kalifaat. In tegenstelling tot Al Qaida streefde IS niet de verre droom van het kalifaat na, het installeerde het kalifaat gewoon.

Het boek is een zeer helder relaas van het verleden, heden en toekomst van IS. Het vertelt het verhaal van het ontstaan van Al Qaida in 1988, de opkomst van dochterorganisaties, de omschakeling naar het leiderloos verzet, de groeiende conflicten tussen Al Qaida en sommige van haar afdelingen, het ‘slimme’ gebruik van de social media, de fitna oftewel onderlinge geschillen, en de uiteindelijke heerschappij van IS.

Ook het hoofdstuk over de psychologische oorlogvoering van IS en wat de dreiging van terrorisme met ons doet is verhelderend en zou door iedereen gelezen moeten worden. De kans dat je doodgaat door een val uit bed of van een ander meubelstuk is 1 op 4283, veel groter dan de kans door IS te worden aangevallen. Toch leggen we ons dagelijks zonder enige vrees te slapen in bed, terwijl we van angst verstarren wanneer we naast een man met lange zwarte baard staan te wachten voor het rode licht.

Ook zeer lezenswaardig is de appendix, die je in het kort de geschiedenis van de islam verteld, het verschil tussen de verschillende strekkingen binnen deze godsdienst, wat het kalifaat juist is, enzovoort.

Het boek is een must read voor iedereen die zich wil verdiepen op het gebied van IS en het gewelddadig extremisme. Een aanrader!

IS

Auteur: Jessica STERN & J.M. BERGER
ISBN: 9789023490586
Publicatiedatum: 2 april 2015
Uitgever: De Bezige Bij

Nick Mertens

De miljonairstaks – Peter MERTENS (red.)

Volgens Peter Mertens (PVDA België) zijn we gestopt met dromen. Geloven we dat er buiten het alledaagse pragmatische geploeter geen perspectief meer bestaat. Maar vergis je niet, er is altijd een alternatief. Dus gooi TINA (There Is No Alternative) gerust overboord.
Op vraag van Thomas Blommaert van uitgeverij EPO stelde Peter Mertens een boek samen over uitdagende toekomstideeën. Samen met vijftien enthousiastelingen van de hoe-durven-ze-generatie, een nieuwe generatie van toekomstmakers, heeft hij De miljonairstaks en zeven andere briljante ideeën om de samenleving te veranderen geschreven. Het doel: een zuurstoftrein van vernieuwing, een nieuwe sociale lente. Een anker- en vertrekpunt om van daaruit verder te durven dromen.

Vooreerst wordt er een lans gebroken voor de miljonairstaks. Een taks die alleen slaat op de vermogens van meer dan 1 miljoen euro en met een maximum aanslagvoet van drie procent. De auteurs berekenen dat deze taks zo maar even jaarlijks 9,5 miljard euro oplevert. 9,5 miljard euro die gebruikt kan worden om in de samenleving te investeren. En dit is nodig aangezien de rijkdom van de vermogenden niet zelf terug naar de samenleving vloeit. Thomas Piketty toont in zijn boek Kapitaal in de 21ste eeuw aan dat hoe meer rijkdom de voorbije decennia vast kwam te zitten bij een erg kleine top, hoe meer de ongelijkheid toenam. De miljonairstaks biedt volgens Peter Mertens en Marco Van Hees een antwoord op deze evolutie. Deze taks is volgens hen zowel een herverdelende als een terugbetaaltaks die ervoor zorgt dat de geproduceerde maatschappelijke rijkdom opnieuw wordt geïnvesteerd in de samenleving: een heel bescheiden deel van het over-vermogen vloeit terug naar de samenleving, en daar worden we allen beter van. Bovendien blijkt uit de enquête van Knack over ongelijkheid in december 2014 dat maar liefst 85 procent van de Belgen voorstander is van zulk een miljonairstaks. Enerzijds zal de miljonairstaks de crisis niet oplossen, dat beseffen de auteurs ook, maar anderzijds zou het wel een belangrijke hefboom zijn om slapend kapitaal te activeren.

Er is echter een gezegde dat stelt dat geld niet gelukkig maakt. Genieten van je gezin en je vrije tijd maakt je dat echter wel. Daarom dat Maartje De Vries en Benjamin Pestieau voorstander zijn van een 30-urige werkweek: de mensen terug meester laten zijn van hun tijd, hun gezondheid, hun relaties en hun leven. Overwerk en tijdtekort zijn epidemieën geworden.
Vooral vrouwenbewegingen trekken hier de kar. Omdat het ook een strijd is om meer gendergelijkheid. In Zweden bijvoorbeeld, waar de kinderopvang en het vaderschapsverlof goed zijn geregeld, is de tijdskloof tussen mannen en vrouwen het kleinst.
Slechts 30 uur per week werken? Onmogelijk hoor ik u al denken. Toch mogen we niet vergeten dat in het verleden ook de 40-uren week een onmogelijkheid leek. Tot ze werd ingevoerd… In nauwelijks een eeuw tijd werd destijds de arbeidstijd gehalveerd! Van 6×14 uur in 1870 naar 5×8 uur in 1975.
Maar sinds 1975 en de opkomst van het neoliberalisme werken we allemaal terug langer en langer en produceren we tegelijk meer en meer. Vandaag produceert iedere Belg 3,4 keer meer rijkdom dan in 1960. Maar ook hier weer hetzelfde verhaal als bij de miljonairstaks: deze geweldige groei vloeit niet terug naar de werknemers en de samenleving, maar eerder om de dividenden jaar na jaar te verhogen. Het wordt dus tijd dat de samenleving de organisatie van arbeid terug in handen krijgt.

Andere onderwerpen zoals de noodzaak aan een ander en beter woonbeleid, gratis eerstelijnszorg (zo wist ik niet dat wij één van de weinige West-Europese landen zijn waar de huisarts niet gratis is), een gratis, breder, polytechnisch, open en gastvrij onderwijssysteem, klimaatneutrale steden, vergelijkende praktijktesten om discriminatie te bewijzen, en bindende volksreferenda, komen in dit boek ook uitgebreid aan bod. Alles bespreken zou deze recensie te uitgebreid maken en zou het boek ook wat onrecht aandoen. De auteurs van de verschillende ideeën die in dit boek aan bod komen zijn gepassioneerd, niet alleen door hun vernieuwende voorstellen, maar ook voor een eerlijkere en meer gelijkwaardige samenleving. Een passie die in een recensie als deze wat verloren gaat. Daarnaast worden de voorstellen ook telkens in hun historisch perspectief geplaatst om aan te tonen dat ze niet zo onhaalbaar zijn als ze lijken. Nogmaals, TINA is slechts framing. In sommige landen zijn delen van hun voorstellen trouwens nu al realiteit.

Op een bepaald ogenblik stellen de auteurs in het boek de vraag hoeveel de toekomst mag kosten? En dat is inderdaad een vraag die ik me wel doorheen het hele boek stel. De ideeën en voorstellen zijn verfrissend en bieden inderdaad uitzicht op een warmere en meer gelijke samenleving, maar kosteloos zijn ze zeker niet, integendeel. Hoe zal deze samenleving gefinancierd worden? Zal dit door bijvoorbeeld hogere belastingen worden opgevangen? Of een hogere BTW op luxeproducten? Zelf beseffen de auteurs ook dat hun voorstellen niet gratis zijn. Maar zij zijn ervan overtuigd dat die nieuwe samenleving ook vanzelf meer opbrengt omdat ze zoveel huidige problemen opvangt en oplost.

Het boek is uiteraard een boek vol linkse ideeën. Ook de cover verraadt dit reeds. Het is een schilderij waarin er veel beweging zit rond een prachtig rood hart. Net als het boek.

De miljonairstaks en zeven andere briljante ideeën om de samenleving te veranderen is een zeer lezenswaardig boek en het doet je de wereld vanuit een ander perspectief bekijken: het alledaagse wordt ongewoon en het ongewone alledaags.

EPOU_15_0219_cover miljonairstaks DEF.indd

Auteur: Peter MERTENS (red.)
ISBN: 9789462670389
Publicatiedatum: 9 april 2015
Uitgever: EPO

Nick Mertens