Fictie: fantasy

Drägan Duma – Boek 1 – Zij Die Hoort – Patty vAN DELFT

Jill, een meisje alleen op de wereld en bang om zich te hechten aan iemand, lijkt te hallucineren of te dromen. Ja,dat kan niet anders want het lijkt wel alsof ik een draak zie, natuurlijk… dit denkt Jill over haar voorstelling. Maar nee, ze wordt niet gek en wordt uiteindelijk zelfs meegenomen naar Drägan Duma. Samen met haar “krakermaatjes” komt ze in een sprookjesachtige wereld terecht. In deze magische wereld is het normaal dat draken spreken en zelfs eigen karakters en humor hebben. Hoewel hier ook oorlog is en de draken en dragannymarai (drakenridders) samenwerken om zich te beschermen tegen de Morbiden, is het leven hier vol kleuren en het landschap bezaaid met schitterende bergen. Jill blijkt de dochter van een dragannymarai te zijn en wordt dus getest om te zien of zij de zware taak van “bescherm-wraakengel” op zich kan nemen. Ze wordt opgeleid in magie, zwaardvechten, spoorzoeken, leiding geven en heeft het eerst niet makkelijk om te aarden in deze nieuwe omgeving. Bang als ze is voor haar gevoelens komt ze in een emotionele roetsjbaan terecht . Want hoe kan iemand die bang is om zijn gevoelens te tonen, weten wat liefde is? En toch leert Jill liefde kennen en spijtig genoeg ook liefdesverdriet… Uiteindelijk ontdekt Jill dat op haar schouders een zware taak rust… Volgens voorspellingen zou zij, als enige, deze wereld kunnen redden van de oorlog… Maar dat is niet alles… Volgens de profetie moet ze daarvoor de juiste liefde kiezen… Maar wie is dit en wat moet ze doen?

Wat een geweldig boek is dit! Ik moest en zou het in één keer uitlezen. Ik werd onmiddellijk vanaf de eerste zin meegezogen in deze wereld. Dit boek is dus een geweldig begin van een nieuwe trilogie en toen ik het boek uithad, wou ik maar één ding…

Ik nam deel twee en begon onmiddellijk verder te lezen want ik wou weten hoe dit verhaal verder ging… Deze wonderlijke wereld is zo mooi, echt en gedetailleerd beschreven zodat je niets liever wil dan wat langer vertoeven op deze prachtige plaats met zijn bijzondere karakters!

Ik geef een dikke vier sterren voor dit wonderlijke debuut!

Vier omdat ik gewoon nog te weinig weet door dit boek en mijn honger misschien kan stillen door deel twee te lezen…

Volgens mijn bescheiden mening: lezen dit boek, het is het echt waard!

Met héél veel dank aan de Uitgeverij Celtica Publishing dat ik dit boek mocht lezen en deze geweldige serie mocht leren kennen en natuurlijk boekenclub Librorum Tractatus!!!

cover-dragan-duma

Auteur: Patty vAN DELFT
ISBN: 9789491300240
Publicatiedatum: 26 februari 2015
Uitgever: Celtica Publishing

Fany van Hemelen

Advertenties

De wereld van ijs & vuur – George R.R. MARTIN

Dit boek is een geschenk van maester Yandel van de Citadel aan de huidige koning van de Zeven Koninkrijken, Koning Tommen.
Het boek vertelt de geschiedenis van Westeros, van het Tijdperk van de Dageraad waarin de reuzen en de kinderen van het woud leefden, de komst van de eerste mensen en hun Verbond met de oorspronkelijke bewoners, de overwinning op de Anderen en de bouw van de Muur, tot Roberts rebellie die leidde tot de val van de Krankzinnige Koning, Aerys II Targaryen, en tot de huidige strijd tussen de Starks, Lannisters, Baratheons en Targaryens.
Of zoals maester Yandel over zijn eigen werk zegt: een kroniek van galante en snode daden, bekende en vreemde volkeren, en nabije en verre landen.

Mensen die mij goed kennen weten dat ik een groot liefhebber van het fantasygenre ben. Het zal dan ook niet verbazen dat ik enorm gek ben op George R.R. Martin en zijn onnavolgbare epos Het lied van Ijs en Vuur. Doorheen deze reeks wordt er in de boeken regelmatig verwezen naar het verleden en de geschiedenis van Westeros, het land waarin Het lied van Ijs en Vuur zich afspeelt. De noodzaak aan een kroniek drong zich dan ook op. Martin werkte zeven jaar aan dit naslagwerk en werd voor de feiten bijgestaan door Elio M. García, Jr. en Linda Antonsson, de beheerders van de website Westeros.org.

En zoals altijd slaat George R.R. Martin je met verstomming. Het is een boek met prachtige tekeningen (meer dan 170!!!) die je doen watertanden en je zo meesleuren in de Wereld van Ijs en Vuur. Het doet je de geschiedenis en de verhalen die verteld worden in de boeken van George R.R. Martin nog beter begrijpen.

En bovendien is het een waar verzamelobject en een boek waarmee je eens kan opscheppen als je vrienden bij je op bezoek komen. Niemand zal ongevoelig blijven bij de pracht van dit boek en zijn ontelbare wondermooie tekeningen.

Iedere Game of Thrones/George R.R. Martin/Fantasy fan moet dit standaardwerk simpelweg in zijn bezit hebben. Nogmaals, onnavolgbaar die George R.R. Martin…

9789024567164

Auteur: George R.R. MARTIN, Elio M. GARCÍA JR. en Linda ANTONSSON
ISBN: 9789024567164
Publicatiedatum: 1 april 2015
Uitgever: Luitingh-Sijthoff

Nick Mertens

In de ban van de wolf – Christine CHARLIERS

De veertienjarige Esther woont in een saai dorpje in de Pyreneeën en leidt een doodnormaal leven. Ze heeft een bijbaantje in de supermarkt, helpt haar moeder in het huishouden en wil met haar vriendinnen naar een feestje. Maar aan dat zorgeloze leventje komt een einde … Op een avond, als Esther alleen thuis is, dringen drie mannen het huis binnen en vallen haar aan. Ze spuiten een vreemde vloeistof in haar nek en bedreigen haar. Voor Esther weet wat er gebeurt, zijn ze weer verdwenen. De volgende dag is alles anders. Esthers lichaam lijkt niet meer hetzelfde. Ze wordt sterker en sneller, en haar zintuigen zijn hypergevoelig – maar ze is niet veilig. De drie mannen maken jacht op haar … Wat willen ze in hemelsnaam?

Eerst en vooral wil ik zowel uitgeverij Clavis als de auteur, Christine Charliers, bedanken om mij een recensie-exemplaar van dit boek te willen bezorgen. Ik heb de voorbije weken een aangenaam en leuk contact met Christine gehad, en het was dan ook een eer voor me dat zij graag had dat ik het boek las en recenseerde. Dus, Christine, bedankt, ik heb dit met veel plezier gedaan!

Wat het verhaal zelf betreft, de proloog zet dadelijk de toon en grijpt je van de eerste bladzijde bij de keel. Je voelt in de toppen van je tenen dat dit een boek vol spanning zal worden.

Christine Charliers schrijft zeer vlot en de spannende gebeurtenissen volgen elkaar razendsnel op. Bij sommige scènes loopt de spanning echt heel hoog op en gebeuren er dingen die je als lezer echt niet wil dat er met het hoofdpersonage gebeurt. Regelmatig heb ik zelf het boek willen inspringen om in te grijpen. Al heeft Esther veel meer moed en kracht in zich dan ik ooit zal hebben… Maar laat het duidelijk wezen, het is zeker geen boek voor watjes.

Maar het boek is véél meer dan alleen een opvolging van spannende scènes. Want ook liefde en emotie spelen een belangrijke rol in het verhaal. Daarnaast wordt er ook een zeer belangrijk onderwerp aangesneden: pesten. Op school krijgt Esther hier veelvuldig mee te maken, en zij niet alleen, en je krijgt een mooi inzicht in hoe de slachtoffers dit beleven. Pestvideos op YouTube, fysiek geweld, afpersing,… het komt allemaal in het boek voor. En spijtig genoeg ook de pijnlijke realiteit dat het niet altijd de pesters zijn die gestraft worden of geviseerd. Vier op de tien Belgische kinderen worden gepest. Slechts zes andere landen doen het nog slechter. Bovendien is pesten in België erger geworden dan tien jaar geleden, terwijl de meeste landen vooruitgingen. Voor mij dus een extra motivatie om dit boek aan iedereen aan te raden. Ik hoop dat de kinderen en jonge mensen die dit boek lezen hier dan ook even bij stilstaan. Pesten is niet stoer, het is simpelweg een uiting van onmacht.

Nog even iets over de cover van het boek. Het zal velen niet opvallen, maar als je de cover goed bekijkt zie je een mooie verwijzing naar Esther, zowel in mensen- als in wolvengedaante. Haar ogen zijn goudgeel, haar gezicht is niet egaal, en haar jas staat symbool voor haar wolf zijn. Je moet zelf maar eens goed zoeken, maar je kan duidelijk een wolvenpoot en staart onderscheiden. Het is dus geen bontjas, maar het geeft haar eigen vacht weer. Ik houd van zulke covers. Covers die een dubbele betekenis hebben, die fraai zijn vormgegeven en je nieuwsgierig maken naar de inhoud van het boek.

In de ban van de wolf is een debuut om je duimen en vingers bij af te likken. Of je wolvenpoten zo je wil…

11064445_10206415886941253_1558061523_o

Auteur: Christine CHARLIERS
ISBN: 9789044824056
Uitgever: Clavis

Nick Mertens

De zevende zoon (De geestenjager) – Joseph DELANEY (3)

Het boek bestaat uit twee delen van de serie Geestenjager:

  1. De laatste leerling
  2. De vloek

Beide boeken hebben hetzelfde voorwoord en geeft daarmee aan dat dit een belangrijk gegeven zal zijn in de serie. In het Nederlands zijn er in totaal 4 delen uitgegeven van deze serie.

DE LAATSTE LEERLING

Thomas is de zevende zoon van de zevende zoon, Zijn moeder, die ook speciale krachten schijnt te hebben, trouwde bewust met zijn vader om Thomas te kunnen baren. Thomas is speciaal en kan (duistere) dingen zien die voor anderen verborgen blijven. Zijn ouders bezitten een boerderij en aangezien alleen de oudste zoon de boerderij kan overnemen, wordt er voor Thomas een ander vak gezocht. Hij gaat in de leer bij een geestenjager. Zo’n jager beschermt mensen tegen het kwaad en duisternis. Thomas krijgt een uitgebreide opleiding van de geestenjager Gregorius over alle soorten wezens die er bestaan, zoals boemannen, klopgeesten, heksen en de verschillende niveaus (krachten) die zij hebben. Eén van de eerste waarschuwingen, om meisjes met puntschoenen niet te vertrouwen, slaat hij in de wind. Hij ontmoet Annelie, die aan de beschrijving voldoet, en liegt tegen Gregorius over deze ontmoeting. Twee ernstige fouten die uiteindelijk ertoe leiden dat Thomas in problemen komt.

DE VLOEK

Er is direct actie, je zit midden in het verhaal: Thomas moet een boeman van niveau 1 (de ergste soort) verslaan. De broer van Gregorius komt hierbij helaas te overlijden. Ze besluiten de begrafenis bij te wonen in Monniksfoort, waar de geestenjager al 20 jaar niet meer is geweest. De reden hiervoor is, behalve dat Monniksfoort het bolwerk van de priesters is en zij geestenjagers als medewerkers van de duivel beschouwen, Gregorius 20 jaar eerder het gevecht met een zogenaamde “Verderver” ternauwernood heeft overleefd en het wezen niet heeft kunnen verslaan. De Verderver zit er nog steeds gevangen in de catacomben. Aangekomen in het dorp blijkt dat de macht van de Verderver steeds groter wordt, hij beïnvloedt de priesters en drijft hen tot slechte daden . Thomas en Gregorius zullen de strijd met hem moeten aangaan. Ze krijgen hierbij hulp uit onverwachtse hoek.

Het boek De zevende zoon is spannend en vlot en zeer meeslepend geschreven. Het is weliswaar een jeugdboek, maar is zeker ook voor volwassenen aangenaam om te lezen. Het verhaal heeft een goede opbouw van karakters en verhaallijn. Deel 1 is wat rechtlijniger qua opbouw van het verhaal, deel 2 bevat meer diepgang. De achtergrondgeschiedenis van de karakters wordt hier meer uitgediept en je begint zicht te krijgen op het “grotere verhaal” van de totale serie: de opkomst van een groot kwaad. Ik kijk erg uit naar deel 3 en 4 van de serie De geestenjager.

Ik heb genoten van het boek en geef het met plezier 5 ***

9789026135057

Auteur: Joseph DELANEY
ISBN: 9789026135057
Publicatiedatum: 14 februari 2015
Uitgever: De Fontein

Jeanine Feunekes-Both

Volmaakt monster – Tom THYS

Ergens tijdens het lezen van dit boek, bedacht ik me dat dit boek “Volmaakt schoonheid” zou moeten heten ipv “Volmaakt monster“. Niet alleen omdat dit een supergoed boek is, want dat is het als je van een specifieke soort horror houdt, maar omdat schoonheid en monsterlijk twee subjectieve waarnemingen zijn die iets over de waarnemer zeggen en niets of weinig over degene die wordt geobserveerd. Zonder teveel van het titelverhaal te verklappen, vindt de protagonist van het titelverhaal, zichzelf helemaal niet monsterlijk, verre van. Ze heeft eindelijke vrede met wie ze is.

Deze tegenstelling komt vaker in dit boek terug. Het loopt niet noodzakelijk als een rode draad door het boek heen; daarvoor zijn de verhalen te gevarieerd. Maar het komt terug in verhalen als “Honger”, maar ook in “Club Bizarre”. Het overkoepelende thema is dan ook niet de inhoud van de verhalen, maar het soort horror dat hier ter tonele komt.

Dit is horror van het vreemde. Het ontastbare. Soms het absurde. Horror waar fantasie de vrije loop neemt. Zo lezen we een verhaal over een zombie die vecht met wat hij is geworden, tot het monsterlijke in hem het uiteindelijk wint. We lezen over een schip in de zestiende eeuw die letterlijk in Terra incognita (destijds een veel gebruikt woord op wereldkaarten die onbekende gebieden aanwees) verdwijnt. We lezen over de tunnels in Antwerpen die de vergankelijkheid van de stad weerspiegelen. En zo zou ik nog een aantal andere voorbeelden kunnen noemen. Dit zijn negentien verhalen. Niet allemaal noodzakelijk plot gedreven. Niet allemaal met een einde dat op je afkomt (soms zie je het einde aankomen). Het is niet noodzakelijk horror van de twists en de turns; maar horror van het onbegaanbare, met hier en daar een zweem van humor dat tevens in  prachtige proza wordt vertaald:

Zinnen zoals (en let op de beeldspraak, als de protagonist in de ondergronds tunnels van Antwerpen rondloopt en om zich heen kijkt):

De reusachtige keelgaten ademden de geur uit van verschaalde urine.

Of:

Hun voetstappen weerklonken wat verderop in de tunnel en stierven geleidelijk aan weg, om uiteindelijk te versmelten met het gedruppel van de stalactieten.

Of misschien mijn favoriete:

Was zijn laatste droom de droom teveel?

Deze laatste zin zegt misschien heel veel over de stijl en stroming waarin Tom Thys zich bevindt. Want zijn verhalen voelen dromerig. Hier loopt fantasie, gruwelijkheid en absurdisme door elkaar.

Dat er daardoor soms inhoudelijke tegenstrijdigheden optreden, kijk je overheen. In het verhaal Terra Incognita, dat in zestiende eeuw afspeelt, wordt over “dimensies” gesproken (pag. 147) in een tijd dat dit woord geen betekenis had. In het verhaal “Club Bizarre” dat over (BD)SM gaat, stelt de hoofdpersonage in dezelfde alinea, dat hij zijn seksualiteit accepteert, dat hij niet de enige sm-liefhebber is (en E.L. James heeft dit wel bewezen), maar noemt zijn handelingen tegelijkertijd “afwijkend” (pag. 255). Dat deze zelfde hoofdpersonage onder het liedje “I wanna be your Dog” van The Stooges naar Club Bizarre rijdt, is uiteraard weer vermakelijk en een geweldige referentie. De vraag die echter naar boven komt, vooral met betrekking tot het “afwijkende”, wat is de stem van de personage en wat is de stem van de auteur? Maar later hierover meer. Dit zijn allemaal slechts kanttekeningen, want je wordt in sommige verhalen meegezogen. Niet alleen door de verhalen zelf, maar ook de proza waar het op deint.

En dat deed me weer aan het titelverhaal denken en hoe monsterlijke schoonheid nog steeds schoonheid kan zijn.

Om de overkoepelende thema en de ketens die de verhalen aan elkaar verbindt, te begrijpen dienen we in het genre te duiken. Want er drong me tijdens het lezen van de verhalen iets tot me door. Iets wat ik ooit in een voorwoord, een blog of interview heb opgemerkt, namelijk dat “horror” en “griezel” als genre slechts een verzamelnaam is. Je kunt er bijna alles onder verstaan; er zijn verschillende stromingen. Van Slashers (zoals vertaald in films als Saw, Hostel etc.), die nauwelijks diepgang hebben maar vooral gericht zijn op schrikmomenten en het bloederige, tot aan de psychologische horror van Poe, maar ook in de eerste werken van Kafka (denk bijvoorbeeld aan zijn prachtige verhaal “In de strafkolonie”), waar de psyché van de personage centraal staan en waar een persoonlijke of maatschappelijke toedekking wordt ontbloot. (Als je films zou willen gebruiken om deze stroming uit te beelden denk dan aan The Exorcist, Angel Heart of The Exorcisme of Emliy Rose. The Exorcist omdat dit verhaal de ultieme inbraak van de individualiteit aantoont, wat eng is in de Westerse wereld, en Emily Rose omdat deze film meer over de scheidslijn tussen geloof en wetenschap gaat.)

En tussen deze twee uiteinden is er nog een derde variant die vele horror schrijvers geïnspireerd hebben. Ik denk dat de voorvader van deze stroming Lovecraft was. (Opnieuw denkend aan films als referentie zou je kunnen denken aan Re-animator.) Een schrijver (Lovecraft) die ook wel eens de voorvader van de “pulp” wordt genoemd. In mijn inzien een verkeerde benaming, want het lijkt dan alsof er geen diepgang in de verhalen zou bestaan, wat absoluut geen recht doet aan de verhalen die Lovecraft heeft geschreven. Bij hem ging het niet noodzakelijk om de psyché van de personage, niet zo obsessief zoals dat bij Poe het geval was. (Poe had in die zin, en je mag het bijna binnen dit genre niet benoemen, literaire aspiraties.) Bij Lovecraft ging het om een voorwerp of een monster; iets waardoor het gewoonlijke plotseling ongewoon aanvoelde.  Of zoals hij zelf in zijn boek Weird Tales aangaf: hij was geïnteresseerd dat menselijke regels en normen geen validiteit hebben in de grotere cosmos en dat hij de lezer met henzelf probeerde te confronteren vaak d.m.v. het occulte, het vreemde en het absurde; waardoor alles op zijn kop begon te staan. Of op een groter en abstracter niveau: hij probeerde ons te vertellen en ons te laten zien dat onze perceptie van de wereld en universum, slechts één perceptie van velen was. En dit was één van de redenen waarom hij veel gebruik maakte van dimensies en het occulte in zijn verhalen. Wat Tom Thys trouwens ook doet. Denk hier straks aan als je in de bundel Volmaakt Monster een verhaal leest waar de wereld plotseling alle kleur verliest. (Een geniale ingeving overigens van Tom Thys.)

Wat ik probeer te zeggen is dat de psyché en personage bij Lovecraft secundair waren aan het absurde, het vreemde en dit vreemde kon van alles zijn. Een object. Een voorwerp. Een afzichtelijk monster. Het ging Lovecraft er niet om, om iets van onszelf bloot te leggen of een maatschappelijk kritisch stuk te schrijven, maar meer de nietigheid weer te geven van wat we zijn.

Deze stroming binnen het genre heeft een golf van schrijvers teweeg gebracht, zowel bekend als onbekend, die allen door Lovecraft zijn geïnspireerd: de vroege werken van Robert McCammon bijvoorbeeld of Robert Campbell, Dennis Wheatly, James Herbert, Neil Gaiman zijn allen op hun manier door Lovecraft geraakt. Maar ook bekendere schrijvers, zoals King en Barker hebben een zweem van Lovecraft in hun verhalen verwerkt – hoewel ik denk dat King, als het gaat om personage ontwikkeling, zich meer onder Poe zou scharen. King heeft namelijk het talent om de meest afgrijselijke personages een stem te geven. Ook een reden waarom hij in zijn verhalen, zelfs zijn korte, zoveel tijd aan backstories/ achtergrondverhalen spendeert die als doel hebben de personage menselijker te maken. Lovecraft deed dit in mindere mate; hij was meer onderwerp i.p.v. personage gericht.

Maakt dit slechte horror? Nee. Is het pulp? Ook niet. Het is gewoonweg anders. Het is horror met een ander doel.

Uit het lijstje van Wheatly en Gaiman kunnen we nu dus een naam toevoegen: Tom Thys.

Dit drong steeds meer tot me door bij het lezen van het boek Volmaakt Monster: dit zijn Lovecraftiaanse verhalen waarbij het absurde, het onverwachte, en niet noodzakelijk de personage, centraal staan. En Thys doet dit goed. Hij neemt je mee naar onbekende gebieden waar niets is wat het lijkt; van een landhuis, naar ondergrondse tunnels en ver gelegen dorpen, waar het ongewone loerend op je wacht. Of naar een glijbaan die een beetje aan mijn glijbaan deed denken in mijn boek Zwarte muren, behalve dan dat mijn verhaal over een ontwrichte relatie en verlatingsangst ging, en de glijbaan van Tom Thys een stuk schrikwekkender is. Ik zou het zelfs, en ik zeg dit fluisterend, beter willen noemen.

Ik zal mijn stelling nog scherper stellen, en dit is stellig en een groot compliment: Tom Thys is misschien wel de Lovecraft in het Nederlandse taalgebied.

Maar toch, als ik het vanuit een medeschrijver standpunt bekijk en dan ligt er in mijn optiek een breekpunt in de personage ontwikkeling van de verhalen. Niet noodzakelijk dat Tom Thys geen tijd aan personages spendeert, dat doet hij wel, zij het summier, maar meer dat hij de gevolgtrekking van de personages niet volledig in de verhalen meeneemt. Zoals in het bovenstaande verhaal “Club Bizarre” (die overigens één van mijn favoriete verhalen is, omdat het me aan de vroege werken van Clive Barker deed denken) die dus over BDSM gaat, maar dan een gruwelijke vorm van BDSM. Het woord “afwijkend” en “pervers” spelen een belangrijke rol. Als het verhaal namelijk vanuit de perceptie van de personage is geschreven die zijn seksualiteit omhelst en accepteert zou hij het noch afwijkend of pervers noemen, voor hem is het dan de normaalste zaak; een verlenging van zichzelf. De vraag rijst: wiens stem horen we hier? Van de personage of de auteur? En dit bedoel ik met gevolgtrekking van de personages; het hoort hun beleveniswereld te zijn en hierdoor, door deze discrepanties, raakt de narratief verstoord. In dit verhaal is daar nog makkelijk over heen te stappen, omdat het zo goed geschreven is, het wordt echter prangender in verhalen als “Canavans laatste uitvinding” of “Het huis Knottnerus”.

In het eerste verhaal omdat het over een hulpverlener gaat die hulp aan een oude man biedt, maar als je het verhaal begint te lezen, en de personage begint te doorgronden, vraag je je op een gegeven moment af waarom de hoofdpersonage voor deze baan heeft gekozen. Hij schijnt het niet erg met de oude man van doen te hebben en schijnt ook niet hulp gericht te zijn. Dit kan, als het maar in het verhaal duidelijk wordt waarom. En dat laatste, omdat het verhaal meer onderwerp dan persoon gericht is, blijft de lezer in het ongewisse en mist het verhaal de diepgang die het met een extra alinea hier en daar verdient. De oude man had hem bijvoorbeeld aan zijn vader kunnen doen denken; wat het verhaal onmiddellijk een nieuwe laag had gegeven.

In het verhaal “Het huis Knottnerus” (geen Nederlandse achternaam overigens, maar ik voel hier een steek van Vlaamse humor naar Nederland), krijgen we te maken met godsdienstwaanzin. Op zodanige manier dat ik eerst dacht dat het verhaal drie eeuwen geleden afspeelde en ik het al vreemd vond dat er over “Nederland” werd gesproken en niet “De Republiek der Nederlanden” of “Der Zeven Provinciën”.  Totdat de hoofdpersonage plotseling benzine tevoorschijn haalt. Hoewel je door het verhaal wordt meegenomen, blijft op een gegeven moment de vraag komen: wat heeft deze man zo gemaakt? Dit is de Twintigste Eeuw en deze persoon houdt er wel – zelfs voor het katholicisme – zeer ouderwetse religieuze ideeën op na. Er is conservatief en conservatief, maar deze personage schijnt een tijd reis te hebben genomen terug naar de inquisitie. En juist door hier geen achtergrondverhaal aan te geven, de motieven van de personage te verduidelijken, zorgt er dus voor dat je nooit geheel in de hoofd van de personage kruipt. Het verhaal wordt niet zijn stem. Het blijft een aaneenschakeling van observaties en handelingen, hoewel het einde dan weer veel goed maakt.

Is dit erg: “ja” en “nee”. Ja, omdat het begrijpen van personages, vooral als deze buiten de marges vallen, van noodzakelijk belang is. Nee, omdat het precies past in de stroming waar Tom Thys in schrijft. Je wordt, door het onderwerp centraal te stellen, geconfronteerd met je eigen concepties en als dit het doel was, dan is Tom Thys op een Lovercraftiaanse manier met vlag en vaandel geslaagd.

Nu ben ik altijd voorzichtig met het geven van recensies van collegae. Omdat ik vind dat je a) de verplichting hebt om alles goed te onderbouwen, maar ook b) alles in de juiste context dient te plaatsen. Een recensent, zo schijnt de tendens soms te zijn, moet “fouten vinden”. Hoewel dit in mijn optiek niet zo hoeft te zijn. Soms kan een recensie ook informatief zijn i.p.v. kritisch. Of reflectief. Recensies en kritiek hoeven geen synoniemen van elkaar te zijn. En het is precies hier waar een recensie eindigt en een opinie stuk begint.

Zeg ik hierbij dat iedere kritische noten daarbij overbodig zijn? Nee. Ik stel alleen vast dat ook recensies begrensd zijn. Dat ze bijvoorbeeld niet de grenzen kunnen weergeven wat bij jou je hartslag doet kloppen en mij misschien niet raakt; vooral bij verhalenbundels. En hierachter ligt misschien wel een grotere observatie die naar de kern van iets groters en anders gaat; vooral in een samenleving waar het geven van kritiek, of het nu facebook, twitter of een onder een krantenartikel is, vaak ongecensureerd en niet gemotiveerd de boventoon voert. Namelijk dat we soms in de illusie leven dat een stem onder miljoenen er werkelijk iets toe doet.

En ik ken de argumenten, vooral nu, nu dit genre probeert open te breken en meer bekendheid probeert te krijgen en er alles aan doet om een gelijkwaardige stroming in de Vlaamse- en Nederlandse literatuur te worden. Een doelstelling die ik overigens ten harte onderstreep. Het is het aloude en algemene argument dat kritiek het genre doet verbeteren, het genre doet groeien, maar dit kan in mijn optiek alleen als recensies ook daadwerkelijk onderbouwde recensies zijn of in de context van het genre en de stromingen daarin worden geplaatst. Als dit niet zo is, kan een recensie namelijk ook een ander doel dienen. Soms zelfs een politiek doel. (En dan bedoel ik de politiek tussen schrijvers.) Die lijnrecht tegen het groeien van een genre ingaan. Dan neigt een recensie naar formulematig denken, het routerneren van conventies, het geloven dat a, b en c de enige juiste manieren zijn van schrijven. En op dat moment doet een recensie precies hetgeen wat het niet beoogt te doen; kunst van zuurstof ontnemen, nieuwe paden blokkeren, waardoor het genre zichzelf niet overstijgt.

De mening van één, wordt plotseling de mening van velen en deze wordt plotseling heilig verklaard.

En dat wil ik hier niet doen. Tom Thys heeft een specifieke benadering, schrijft in een andere stroming, een andere stijl, die opzettelijk met conventies en onze denkbeelden speelt. Hij beschikt over een fantastische en tevens gruwelijke verbeelding, waardoor de beperkingen die ik zie er feitelijk niet toe doen. Hij is minder personage gedreven en ik zou bijna willen zeggen so what? Dat maakt een genre juist levendig; dat er geen één pad, maar meerdere paden bestaan.

Ontkracht ik hierbij mijn eigen kritiek? Misschien. Maar misschien is dat ook nodig.

Deze bundel, zoals iedere andere bundel, heeft zijn krachtpunten en zijn tekortkomingen, en bundels zijn misschien het moeilijkst te recenseren (en misschien ook wel het moeilijkst te schrijven), omdat het geen één spanningsboog betreft, maar negentien spanningsbogen. Niet één personage, maar negentien personages. Niet één plot, maar negentien plots en het is onmogelijk dat alles je zal bekoren. Toch was ik geraakt door dit boek. Vooral de verhalen “Tunnel des doods”, “Droomloos” en “Club Bizarre” raakte me op een vreemde manier. Op een zodanige manier zelfs, dat ik bijna het gevoel had, dat als ik mijn ogen sloot, de geschreven woorden echt werden.

Tom Thys is een schrijver die zijn vak verstaat, die een specifieke stroming tot in de puntjes beheerst, een schrijver waarvan de schrijfsels het tot een type vorm van horror behoren die velen zullen aanspreken en bekoren. Het is niet altijd mijn soort horror. Maar ik leef dan ook niet in de illusie dat mijn soort horror heilig is of dat mijn stem onder miljoenen wordt verstaan.

Dus subjectief gezien, ja, ik had misschien hier en daar wat meer achtergrond (backstory) gewild. Ja, misschien had ik soms wat meer diepe in plaats van vlakke personages gehad en ja, soms, heel soms, hadden de motieven en thema’s in mijn gevoel wat dieper uitgewerkt kunnen worden. Maar dit zijn slechts kanttekeningen en subjectieve waarnemingen, waarbij ik iets ga onderbouwen wat niet bij deze stroming past.

Aan het einde van de rit, na alle “maar’s” en “komma’s”, blijft het gewoonweg een goed boek. Een eng boek. Een boek die je naar tunnels, zwarte stenen, mutanten, ouderschap en verval meeneemt. Een boek dat als je van horror houdt simpelweg gelezen dient te hebben en in je boekenkast dient te staan. Een boek die iedere fan van Lovecraft of Gaiman zou toejuichen.

Waarom? Omdat volmaakte schoonheid simpelweg niet bestaat. Omdat we de waarneming van de observant en de geobserveerde van elkaar dienen te scheiden. Maar vooral omdat het volmaakt monsterlijke misschien in de kern volmaakte schoonheid is.

9789490767808

Auteur: Tom THYS
ISBN: 9789490767808
Publicatiedatum: 25 oktober 2014
Uitgever: Zilverspoor

Anthonie Holslag

De zevende zoon (De geestenjager) – Joseph DELANEY (2)

De zevende zoon is het verhaal van Thomas die de zevende zoon van een zevende zoon is . De moeder van Thomas trouwde bewust een zevende zoon zodat zij Thomas kon baren. Een zevende zoon van een zevende zoon heeft speciale gave om dingen te zien die door andere niet worden gezien. Thomas is voorbestemd om in de leer te gaan bij de geestenjager. Een geestenjager verdient zijn geld met het beschermen van mensen tegen de wezens van het duister. Thomas is de laatste leerling en gaat in de leer om zijn gave te ontwikkelen en het vak te leren.

Het verhaal van De zevende zoon had me vanaf de eerste bladzijde in de ban en wist dit vast te houden tot de laatste pagina. Het verhaal ontwikkelt zich continu en staat vol van spanning. Tijdens het lezen wordt je steeds nieuwsgieriger naar het verdere verloop van het verhaal en door continu nieuwe wendingen van het verhaal blijf je doorlezen. De spanning is voelbaar en straalt kracht uit.

Ondanks dat het oorspronkelijk is geschreven voor de jongere lezer kan je ook als volwassenen je helemaal laten meeslepen. De schrijfstijl is jong, vlot en krachtig. Ik heb me volledig in de personages kunnen inleven en voor mijn gevoel groeide ze tijdens het verhaal zoals ook het verhaal groeide.

Ik kijk uit naar de volgende delen en vooral hoe het verhaal en de personages zich gaan ontwikkelen. Tijdens het lezen werd het me al snel duidelijk dat dit verhaal verfilmd moest worden en dat dit gebeurd is verbaasd me dan ook niet.

Dit boek krijgt van mij 5 sterren!

9789026135057

Auteur: Joseph DELANEY
ISBN: 9789026135057
Publicatiedatum: 14 februari 2015
Uitgever: De Fontein

Coenraad De Kat

De zevende zoon (De geestenjager) – Joseph DELANEY

De geestenjager beschermt dorpen en boerderijen tegen de wezens van het duister. Thomas is de zevende zoon van een zevende zoon en gaat op zijn dertiende in de leer bij de geestenjager. Hij heeft immers de ‘gave van zeven keer zeven’ en ziet dingen die anderen niet zien, dingen die niet in de wereld thuishoren. Maar die gave kan soms ook een vloek zijn… Een keuze heeft hij echter niet, want Thomas is bijzonder. Hij is niet alleen zeven maal zeven, hij is ook de zoon van zijn moeder én de laatste leerling.
Wanneer de geestenjager alleen op missie moet en Thomas achterblijft wordt zijn kunnen sterk op de proef gesteld. Zeker wanneer de Oude Moeder Malden ontsnapt uit haar put die diende als gevangenis en de heksen van het dorp kinderen beginnen ontvoeren.
Thomas kan niet de andere kant opkijken en bindt de strijd aan. Maar is hij als leerling wel een partij voor de heksen? Heeft hij al voldoende kennis? En zal de geestenjager op tijd terug zijn om Thomas bij te staan in zijn eerste echte ontmoeting met het kwaad?
Eén ding staat vast: de winters worden langer en het duister sterker…

Het boek ‘De zevende zoon’ staat bij uitgeverij De Fontein gecatalogeerd onder de kinder- en jeugdboeken. Toch komen er een aantal scènes voor in het boek die best spannend en gruwelijk zijn, zeker voor jongere lezers. Maar dus ook een volwassen man met een jeugdig hart zoals ik kan met volle teugen genieten van de avonturen van de geestenjager. Het is spanning en lekker griezelen ten top.

Het verhaal leest vlot, is makkelijk te volgen en kent niet al te veel personages. Voor mij was het geen probleem, ik ben er aan gewend, maar voor sommige jonge lezers zijn de hoofdstukken misschien net wat te lang.

De auteur, Joseph Delaney, heeft niet ver moeten zoeken naar ideeën voor zijn boek. Als kind leefde hij in een huis in Preston waar hij steeds dezelfde terugkerende nachtmerrie had: hij zat bij zijn moeder in de woonkamer wanneer plots heel het huis doordrenkt werd van de koude en er een schaduw vanuit de kelder naar boven kroop en hem meesleurde naar de duisternis. Het echt angstaanjagende feit was echter niet de droom op zich, maar wel dat ook zijn broers allemaal steeds deze zelfde terugkerende nachtmerrie hadden. Voor Joseph was het duidelijk, hij woonde in een spookhuis.

De geestenjager-serie bestaat inmiddels al uit dertien boeken. ‘De zevende zoon’ bestaat uit de eerste twee delen van de serie, ‘De Laatste Leerling’ en ‘De Vloek’. Maar ik waarschuw je, lees ze en je bent er aan verslingerd!

9789026135057

Auteur: Joseph DELANEY
ISBN: 9789026135057
Publicatiedatum: 14 februari 2015
Uitgever: De Fontein

Nick Mertens